Please do(n’t) stop the music

Ergeren, dat is wat ik tot mijn grote spijt de hele busreis doe. Het is niet de warmte, hoewel die vooral ’s zomers vaak drukkend is. Of het gepiep, gekraak en de stank die de Connexxion met zich meebrengt. Of de misselijkheid die me weer eens overvalt. Nee, dat zijn nou eenmaal dingen waar je min of meer voor kiest als je met de bus reist. Maar er is één ding waar ik nog nooit voor heb gekozen. Overlast. En dan heb ik het voornamelijk over mp3-spelers. Of mp4-spelers, of i-pods, of wat je tegenwoordig allemaal wel niet hebt. En het is niet het apparaatje op zich, maar de irritatie die het kan opwekken. En dat alles wordt bepaald door één klein onderdeel van de muziekspeler. Genaamd het volumeknopje. Deze kan het verschil maken tussen doordachte ontspanning en blijvende gehoorbeschadiging. En tussen enige mate van fatsoen en overlast. Toch spreek ik die mensen er nog steeds niet op aan. Niet dat een chagrijnig hoofd me nou direct zo afschrikt (oh wat zou een glimlach je goed staan), maar waarom zou een dergelijk iemand naar mij luisteren als hij of zij de muziek al amper hoort? Want ja, laten we wel wezen, er is vast een reden dat de muziek zo hard moet staan. Bovendien vraag ik me af of het communicatiegehalte van deze persoon net zo hoog is als het volume dat uit dit ergerniswekkende kastje komt. Ik vermoed van niet.

En dus constateer ik aan het eind van de rit dat ik alweer tegen mijn zin de hele playlist van ‘Rihanna en andere bullshit’ heb doorlopen. Ik zucht. De bus stopt en met een laatste groet naar de buschauffeur stap ik uit. De regen in. Under my umbrella.

5 November 2009
By on 22:04
(On)aangenaam!

“Willianne, de pinautomaat is leeg.” Ik kijk op vanachter de infobalie. Leuk om even een bekende te spreken onder werktijd! Maar nee, een oude, grijze man staart me aan. Ik heb hem nog nooit eerder gezien, laat staan dat ik me ooit aan hem heb voorgesteld. En toch ben ik Willianne voor hem. Lichtelijk geïrriteerd loop ik richting de betaalautomaat.

Ach, het zal niet de eerste klant zijn die het zich permitteert mij bij de voornaam aan te spreken. Mijn naamkaartje blijkt voldoende basis voor een persoonlijk gesprek. En nee, privé-sferen worden niet gemeden. “Willianne, die naam hoor je ook niet elke dag!” Nee meneer, zeker niet. “Ben je vernoemd?” Ja meneer. “Naar je ouders? Of naar je oma misschien?” Naar een of andere oom en tante van mijn vader, meneer. Ik heb ze nog nooit gezien. Snel maak ik een eind aan het gesprek door het bonnetje en de klantenkaart in zijn handen te drukken. Have a nice day.
De volgende keer zie ik meneer al in de rij staan. “Dag Willianne!” Dag meneer. En terwijl meneer en mevrouw de boodschappen op de band zetten en later weer inpakken zet het gesprek zich voort. “Heb je nog voetbal gekeken, Willianne?” Jazeker meneer. Wat zijn ze goed hè? In geen jaren zo goed gespeeld! Hulde, drie zinnen! En zo praten we nog even door. De klant is koning, dus natuurlijk vertel ik hem graag mijn levensverhaal.

En zo verlaat meneer met een – naar ik vermoed – voldaan gevoel de supermarkt, terwijl ik achterblijf met een rothumeur en de volgende klant wanhopig probeer uit te leggen dat ik níet uit Urk kom maar gewoon een minder voorkomende naam heb. En uiteraard blijf ik beleefd. Want een goede naam is geld waard…

26 September 2008
By on 22:31
Volgende klant a.u.b.

Je bent 16 en je wilt ook wat verdienen. Dus neem je een bijbaantje. Zo ben ik alweer anderhalf jaar caissière bij Super de Boer en heb ik het nog steeds erg naar m’n zin. En er is iets wat ik in de loop van de tijd vooral ben gaan waarderen: acties. Er gaat namelijk geen actie aan de denkbeeldige neus van de Super voorbij. De ene keer maak ik menig kind blij met een schattige Bungel, een andere keer mag ik mensen laten geloven dat er een kans bestaat om iets te winnen met onze monopolieactie. Rond de dagen van de goede Sint geven we leuke zwarte pietjes mee, met Kerst is er voor de kansloze mens een speciale CD met kerstliedjes van Frans Bauer, Rene Froger e.a. En de uitwisseling daarvan verloopt allemaal via ons, caissières. Zo ook vandaag. Helemaal in de sfeer van Pasen liggen daar bij de kassa’s van die grote, hele fantastische verrassingseieren. Met de instructie er vanaf 20 euro aan boodschappen eentje mee te geven. Helaas begrijpen de klanten dat principe over het algemeen iets minder goed. Met mijn formele doch uiterst vriendelijke glimlach vraag ik of ze misschien ook een paasei mee willen. Hopend op een enthousiaste, dankbare reactie. Nou, enthousiast zijn ze in elk geval. “O, wat leuk, maar ik heb 2 kinderen." Juist, daar begint het al. ‘De klant heeft recht op 1 lenteverrassingsei.’ Mijn computer is er zichtbaar duidelijker in dan ik. Dit keer krampachtig glimlachend geef ik toch maar twee eieren mee. Met het voornemen om de volgende keer gewoon te doen alsof m’n neus bloedt. Een paar klanten later is het weer zover. “Waar krijg je die dingen bij?” Ehm…ik hoor mezelf iets stamelen over twintig euro, maar zoals gewoonlijk kom ik niet zo zelfverzekerd over als ik had gewild. En ja hoor, ook deze klant probeert op mijn gevoel in te spelen. “Nou, wel jammer dat ik dan net niet aan de twintig euro kom." Ja, dat is inderdaad balen. Ik glimlach wederom. Gespannen tuur ik naar het beeldscherm, wachtend tot de bon geprint wordt. In een wanhoopspoging graai ik toch maar weer in de bak, want wie ben ik om het Paasfeest van deze mevrouw te vergallen door haar een paasei te ontzeggen? De blijheid van het geven slaat al gauw om in spijt als blijkt dat mevrouw drie kleinkinderen heeft. Sorry, maar ik ben toch echt de paashaas niet. Toch graai ik gauw nog twee eieren uit de bak, terwijl het ‘wat-ben-ik-toch-een-trieste-caissière-gevoel’ me weer overvalt. Met een “en alvast fijne Paasdagen” neem ik ook van deze klant afscheid.

Zo gaat het dan de hele dag door. Tot mijn grote opluchting blijken de eieren op te zijn wanneer ik ’s avonds terugkom op het werk. En terwijl de meeste mensen nog steeds niet begrijpen waar het Paasfeest nou écht om draait, zie ik alweer uit naar de volgende actie. Het is tenslotte beter te geven dan te nemen. Lang leve de supermarkt!


By on 22:29
Schoolstrijd

Inderdaad, een nogal bizarre titel om te gebruiken anno 2008, pakweg honderd jaar na de werkelijke schoolstrijd. Toch is deze strijd voor mij persoonlijk geen gedateerd feit. Niet dat ik vandaag de dag wakker lig van de vraag of het bijzonder onderwijs wel of niet gelijkgesteld zou moeten worden aan het openbaar onderwijs, nee, ik geef er een net iets andere betekenis aan. Laat het hier nou gewoon over mijn persoonlijke schoolstrijd gaan: mijn eindexamens en daarbij ook de keuze met betrekking tot mijn vervolgopleiding. Lastiggevallen door een van de zwakke plekken in mijn karakter waar ik al jaren mee probeer te leven: twijfels. Zijn ze er niet als ik in de supermarkt sta – wat niet weinig voorkomt – met de vraag wat ik vandaag eens zal kopen, dan zijn ze er wel als ik word opgebeld van m’n werk of ik eventueel kan bijspringen die avond. Die twijfels krijgen iets meer belang als het gaat over mijn studiekeuze. Want ja, een maand voor je eindexamens is het misschien handig om te weten of je nou bedoeld bent om in een later stadium van je leven gesignaleerd te worden bij één van de congressen van de Verenigde Naties, als tolk wel te verstaan, of dat je het studentenleven beter kan beginnen als CMV’er. Of zou ik mezelf over een jaar geplaatst moeten zien in de collegebanken van de faculteit der sociale wetenschappen, als aankomend algemeen sociaal wetenschapper? Of toch maar naar het buitenland, als ik er niet uitkom? It’s just that simple. Dus niet. Ik kan je vertellen, een schoolstrijd voeren met jezelf kost meer – al dan niet denkbeeldig – bloed, zweet en tranen dan een oorlog ooit gekost heeft. Althans, zo voelt het. Bovendien maakt het feit dat ik leef tussen hoop en vrees of ik het benodigde diploma überhaupt nog dit jaar in handen krijg, het er niet gemakkelijker op.

Op zulke momenten ga ik me afvragen wat nou eigenlijk de bedoeling van míjn leven is. Ik geloof in leiding, maar het pad is me nog niet duidelijk. Het liefst zie ik vandaag nog een verhelderend briefje uit de lucht vallen, maar het laat zich meestal niet zo eenvoudig oplossen. Dan toch maar wachten op het moment dat ik wel de juiste beslissing kan maken. In de hoop dat ik deze hedendaagse schoolstrijd nog eens mag winnen van mezelf!


By on 22:27